
Op 16 juni 2026 gaat de Work IQ API in algemene beschikbaarheid. Daarmee opent Microsoft de intelligentielaag die Copilot zo contextbewust maakt — e-mail, agenda, vergaderingen, bestanden, samenwerkingspatronen — voor organisaties die hun eigen AI-agenten willen bouwen. Wat is Work IQ precies, wat gaat er open en wat betekent dit voor uw IT-strategie?
Als u Copilot in Microsoft 365 gebruikt en u heeft ooit verbaasd gestaan over hoe het relevante e-mails, collega's en vergadernotities weet op te halen — dan heeft u Work IQ in actie gezien zonder dat u het wist. Work IQ is de intelligentielaag die Microsoft 365 Copilot semantisch begrip geeft van uw organisatie. Op 2 juni 2026 kondigde Microsoft aan dat deze laag op 16 juni via een openbare API beschikbaar komt voor iedereen die zijn eigen AI-agenten wil bouwen op Microsoft 365-data.
Dat is een fundamenteel andere stap dan eerdere uitbreidingen van het Microsoft 365-platform. Eerder kon u koppelingen leggen met Microsoft Graph om losse datastromen te benaderen. Wat nu opengaat is geen rauwe datakoppeling, maar een voorbewerkte, semantisch verrijkte intelligentielaag — dezelfde die Copilot elke dag gebruikt. Dit artikel legt uit wat Work IQ doet, wat er op 16 juni precies beschikbaar komt en welke gevolgen dit heeft voor organisaties die serieus nadenken over eigen AI-agenten.
Microsoft 365 produceert elke dag enorme hoeveelheden data: e-mails, vergaderverslagen, chatberichten, documenten, taken, agendagebeurtenissen. De meeste systemen benaderen die data als losse objecten. Work IQ doet iets anders: het verwerkt al die informatie continu en bouwt een semantisch model van uw organisatie. Wie werkt met wie samen? Welke projecten zijn actief? Wat zijn de communicatiepatronen tussen afdelingen? Welke vaardigheden heeft een medewerker?
Het resultaat is geen database maar een context-structuur. Work IQ gebruikt een semantische index met een lage latentie die niet alleen op trefwoorden zoekt maar de betekenis achter een vraag begrijpt. Als Copilot u vraagt om een samenvatting van de status van een project, haalt het niet alleen bestanden op met de woorden 'projectnaam' erin. Het begrijpt welke mensen bij dat project betrokken zijn, wat er de afgelopen weken in vergaderingen is besproken, welke taken open staan en welke documenten recentelijk zijn bijgewerkt.
Work IQ is opgebouwd uit drie nauw samenhangende lagen. De eerste laag is data: alles wat in uw Microsoft 365-tenant staat, van SharePoint-bestanden tot Teams-berichten en Exchange-agenda's. Die data blijft altijd binnen de tenantgrens — Work IQ verplaatst geen bedrijfsdata naar een centrale Microsoft-pool.
De tweede laag is context. Work IQ voegt betekenis toe aan de ruwe data via de semantische index en via persoonlijk geheugen. Het onthoudt hoe mensen in uw organisatie werken, welke projecten prioriteit hebben, wie de beslissers zijn in welk dossier, en hoe snel iemand normaal reageert op een bepaald soort bericht. Die context maakt antwoorden niet alleen correct maar ook relevant voor de persoon die de vraag stelt.
De derde laag zijn vaardigheden en tools. Work IQ voorziet agenten van kant-en-klare acties die ze kunnen uitvoeren binnen het Microsoft 365-ecosysteem: een e-mail versturen, een vergadering plannen, een document uploaden, een taak aanmaken in Planner, een Teams-bericht sturen. Een agent die via Work IQ werkt, hoeft die acties niet zelf te programmeren — hij erft ze als onderdeel van de verbinding.
Per 16 juni 2026 zijn drie toegangsvormen tot de Work IQ API algemeen beschikbaar: een REST API, een remote MCP-server en een A2A-interface (agent-to-agent). De REST API is de meest directe manier voor ontwikkelaars om Work IQ te integreren in een bestaande applicatie of een custom agent gebouwd buiten het Microsoft-ecosysteem. De remote MCP-server sluit aan op het Model Context Protocol, een open standaard die steeds meer AI-frameworks ondersteunen als manier om agenten van externe context te voorzien. De A2A-interface maakt het mogelijk dat Microsoft 365-agenten samenwerken met agenten van andere platformen via een gestructureerd protocol.
Het belangrijkste verschil met de situatie ervoor is wat een agent-bouwer niet meer hoeft te doen. Voorheen moest een ontwikkelaar die een bedrijfsagent wilde bouwen op Microsoft 365-data connector voor connector werken: een aparte Graph-koppeling voor e-mail, een andere voor agenda, een derde voor vergaderingsmetadata, enzovoort. Elke koppeling vereiste eigen authenticatie, datamodellering en contextualisering. Via de Work IQ API is één verbinding voldoende om toegang te krijgen tot die geïntegreerde context — inclusief semantisch begrip, persoonlijk geheugen en kant-en-klare acties.
Een belangrijk nieuw concept dat met de Work IQ API geïntroduceerd wordt zijn digitale werkruimten. Een werkruimte is een afgebakende omgeving binnen uw Microsoft 365-tenant waar een agent zijn tussenliggende resultaten, bestanden, herinneringen en voortgang bijhoudt terwijl hij een complexe taak uitvoert. De werkruimte bestaat niet buiten de tenantgrens — alle data die een agent verzamelt en produceert blijft binnen uw eigen omgeving.
Dit is een directe reactie op een van de grootste zorgen rondom AI-agenten in enterprise-omgevingen: waar gaat de data naartoe als een agent een meerdaagse taak uitvoert? Met Work IQ-werkruimten is het antwoord: nergens naartoe. De agent werkt in uw tenant, slaat op in uw tenant en de data is aanspreekbaar via uw bestaande governance- en compliancebeleid, inclusief Microsoft Purview.
De Work IQ API werkt niet via een apart abonnement of per-gebruiker-licentie. Het verbruik wordt verrekend via Copilot Credits — de gecombineerde verbruiksvaluta die Microsoft ook gebruikt voor Copilot Studio-flows en andere AI-diensten binnen het Microsoft 365-ecosysteem. Organisaties die al Copilot Credits-budget hebben ingesteld voor Copilot Studio hoeven geen apart contract te sluiten voor de Work IQ API.
Microsoft heeft in het Microsoft 365 Admin Center nieuwe beheermogelijkheden toegevoegd: beheerders kunnen bestedingslimieten instellen per agent of per toepassing, gebruik monitoren en alerts configureren wanneer een bepaald verbruik wordt bereikt. Dat maakt het model transparant en beheersbaar, ook als meerdere agenten parallel van de API gebruikmaken.
De opening van de Work IQ API markeert een verschuiving in hoe Microsoft 365 functioneert als platform. Tot nu toe was de primaire toegangspoort voor AI Microsoft Copilot zelf — een door Microsoft gebouwde interface op een door Microsoft beheerde intelligentielaag. Vanaf 16 juni kunnen organisaties die intelligentielaag aanspreken voor hun eigen toepassingen. Dat opent een reeks concrete scenario's die tot nu toe niet mogelijk waren zonder uitgebreide maatwerk-integraties.
Een salesteam kan een agent bouwen die klantcommunicatie in Exchange en Teams combineert met CRM-data en automatisch een volledig beeld van een klantstatus genereert voor een verkoopgesprek. Een HR-afdeling kan een agent inzetten die onboardingprocessen begeleidt met toegang tot alle relevante documenten, vergaderhistorie en takenlijsten van de nieuwe medewerker. Een IT-team kan een agent ontwikkelen die incidentmeldingen correleert met recente wijzigingen en vergaderingen om de waarschijnlijke oorzaak van een probleem te identificeren.
Wat al deze scenario's gemeen hebben: de agent begrijpt de zakelijke context via Work IQ, handelt autonoom maar binnen de bestaande governance-structuur, en slaat zijn resultaten op binnen de tenantgrens. De technische complexiteit om dit te bouwen is aanzienlijk gedaald nu het niet meer begint bij losse Graph-koppelingen maar bij een kant-en-klare contextlaag.
Vier stappen voor organisaties die de Work IQ API serieus willen verkennen. Ten eerste: lees de documentatie op Microsoft Learn over de Work IQ API-endpoints en de MCP-serveroptie. De documentatie geeft een concreet beeld van wat er wel en niet door de API wordt ontsloten. Ten tweede: bepaal of uw organisatie al een Copilot Credits-budget heeft. Als u Copilot Studio gebruikt is dat waarschijnlijk al het geval. Zo niet, vraag uw Microsoft-partner om de mogelijkheden rondom verbruiksabonnementen.
Ten derde: inventariseer welke interne processen baat zouden hebben bij een agent die toegang heeft tot de volledige context van uw Microsoft 365-omgeving. Denk aan processen waarbij medewerkers nu zelf meerdere bronnen combineren — e-mail, vergaderingen, documenten, taken — om een status te bepalen of een beslissing te nemen. Juist die processen zijn de eerste kandidaten voor automatisering via Work IQ-gebaseerde agenten.
Ten vierde: betrek uw IT-beheerder bij de governance-vraag. Work IQ-agenten werken binnen uw tenant maar ze hebben contextuele toegang tot een breed spectrum aan bedrijfsdata. Bepaal van tevoren welke datatypen toegankelijk zijn voor welk type agent, en hoe u dat beleid handhaaft via de bestedingslimieten en toegangscontroles in het Admin Center. Wilt u ondersteuning bij het verkennen van de Work IQ API, het bouwen van een eerste agent op uw Microsoft 365-omgeving of het opstellen van een governance-kader voor bedrijfsagenten? Neem contact op met Zarioh voor een vrijblijvend gesprek.
Was dit artikel nuttig?
Zarioh Digital Solutions
IT-specialisten uit Utrecht. Wij helpen bedrijven door heel Nederland met Microsoft 365, AI agents, hosting en telefonie — en delen hier wekelijks wat we in de praktijk tegenkomen. Volg ons op LinkedIn
Ontvang nieuwe artikelen direct in je inbox.
Geen spam. Afmelden kan altijd.